Naam
In een goederenlijst van het klooster Fulda in Duitsland komt in 945 de nederzetting
al voor onder de naam Breitenfurt. Op oud kaartmateriaal duikt later de naam
“Berdauwert” op. Recenter wordt Birdaard/Burdaard gebruikt als benaming
voor het dorp dat ligt op de overgang tussen het Friese kleigebied en de Dokkumer
Wouden. De betekenis van de naam zou herleid kunnen worden tot “de w(i)ert
of terp aan de rand van het water” (namelijk de Dokkumer Ee). Burdaard
was oorspronkelijk een terpdorp.
Bewoningsgeschiedenis

De eerste bewoners probeerden, in een omgeving die nog regelmatig onder water
liep, hun heil te zoeken op de daartoe opgeworpen hoogtes. Burdaard kende binnen
een straal van twee kilometer een vijftal dergelijke terpen. Tegenwoordig zijn
er nog slechts twee zichtbaar in het landschap: de dorpsterp (afb. 1) met daarop
de Hervormde kerk en de Doniaterp aan de weg naar Wânswert.
Op de dorpsterp bevindt zich ook nog een boerderij met de naam “Groot-Wytsma”.
Deze naam verwijst naar de adellijke state van de Wytsma’s die hier gestaan
heeft. Deze invloedrijke familie had o.a. veel eigendommen in en om Burdaard.
Oene van Wijtsma was rond 1576 grietman van Dantumadeel.
Andere states in Burdaard waren Bourboomstate en Stijlsma-state zuid-westelijk
van het dorp.
Na de aanleg van de trekweg tussen Dokkum en Leeuwarden en het slatten van
de Dokkumer Ee nam het verkeer over water tussen de beide steden aanzienlijk
toe. Hierdoor gingen de Burdaarders zich meer langs de Dokkumer Ee vestigen
o.a. om handel te kunnen drijven met passerende scheepslieden. Ter hoogte van
de huidige brug in het dorp bevond zich een doorwaadbare plaats (in het Fries:
furde, het is tevens de naam van het periodiek dat door de Stichting Ald Burdaard
wordt uitgegeven). Er ontstond daar een knooppunt van enerzijds het verkeer
over de Ee en anderzijds de reizigers die op en neer trokken tussen het kleigebied
en de Wouden. Het werd een pleisterplaats waar passerende reizigers zich maar
liefst in een drietal herbergen konden verpozen.
Op de plaats van het huidige
café-restaurant ‘t Hoekje bevond zich Het Posthuis, aan de andere
zijde van de weg een herberg uit 1830 met een bovenverdieping. Hierin kwam later
de plaatselijke afdeling van de Nederlandse Protestantenbond. Het is nog altijd
één van de oudste gebouwen in het dorp en het staat in de volksmond bekend als
"De Bond". Aan de overzijde
van het water bevond zich de oudste herberg. De eigenaar hiervan, Simen Jansz.,
kreeg na het slatten van de Ee toestemming om in 1777 een brug over het water
aan te leggen. Van het daaraan verbonden tolrecht moest het onderhoud van de
brug betaald. Dat tolrecht zou pas in 1937 weer worden afgeschaft.
In 1853 werd de eerste brug vervangen door een houten ophaalbrug die op zijn
beurt in 1903 werd vervangen door een metalen draaibrug.
Latere eigenaars van de herberg en de brug was de familie Steenhuisen. De huidige
nieuwe ophaalbrug, die op 18 juni 1976 werd geopend, heet daarom nog steeds
“Steenhuisenbrug”. Twee jaar eerder (december 1974) is de brug in
de nieuwe rondweg oostelijk van het dorp in gebruik gesteld.

Er ontstond dus lintbebouwing op de oevers van de Ee. Aanvankelijk eerst op
de zuidoever, gelegen in de grietenij Dantumadeel. Later vestigden zich op de
noordelijke oever meest rentenierende boeren uit het dorpje Wânswert die
aan het water wilden wonen. Dit deel lag in de grietenij Ferwerderadiel en viel
onder het dorpsgebied van Wânswert (dorp). Het stond bekend als Wanswerd
aan de Streek. Vanaf 1973 waren beide dorpen samengevoegd onder de naam Burdaard
maar dat lag aanvankelijk nog steeds in twee verschillende gemeenten. Aan deze
ongelukkige situatie kwam een eind door de gemeentelijke herindeling die op
1 mei 1984 zijn beslag kreeg: het gehele dorp viel voortaan onder de gemeente
Ferwerderadiel.
Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw is het aanzien van het dorp vrij
rigoreus veranderd. De lintbebouwing op de zuidelijke oever werd doorgetrokken
door de aanleg van de woonwijk Groot-Bornemeer. Met de nieuwe woonwijk werd
ingespeeld op de groeiende behoefte om aan het water te wonen.
Bedrijvigheid

Hoewel het dorp Burdaard in een agrarisch gebied ligt is veel van de bedrijvigheid
terug te voeren op de aanwezigheid van de Dokkumer Ee die door het dorp stroomt.
Het transport vond vroeger namelijk hoofdzakelijk over water plaats. Zo kende
Burdaard o.a. een drietal scheepshellingen. Niet alleen werden passerende scheepjes
weer opgeknapt maar er werden ook veel houten vissersboten vervaardigd voor
de vissersvloot van Wieringen en Paesens. De helling van de gebroeders Van der
Wal was niet alleen de oudste maar hield ook het langste stand (tot de jaren
vijftig van de vorige eeuw). Deze bevond zich aan het eind van het strook bebouwing
die eerst bekend stond als Nieuweburen maar later de meer toepasselijke naam
Hellingpad zou krijgen.
Burdaarders staan vanouds bekend als veehandelaars. Er werd de dag voor de vrijdagse
veemarkt in Leeuwarden ook een drukbezochte “voor”markt gehouden.
Burdaarders verhandelden en slachten vooral schapen. Daarbij werd niet alleen
het vlees en de wol verhandeld maar het resterende schapenvet werd in een vetsmelterij
o.a. verwerkt tot kaarsen. Het enige dat van het schaap overbleef was de “schapekop”
en dat is dan ook de reden dat Burdaarders nog altijd bekend onder de schimpnaam
“skieppekoppen”.
Er was een grutterij, een olieslagerij die in 1903 zou afbranden, een cichoreifabriek,
de al genoemde vetsmelterij en een blauwververij.
Molens
Op de noordelijke oever aan beide zijden van het dorp stonden eens twee markante molens. De oudste molen stond op de plaats van de huidige “Zwaluw”. Deze koren- en pelmolen werd in 1841 gebouwd door Douwe Durks Drukker en kreeg toen de naam “Windlust”. De molen brandde af op 15 september 1874. De toenmalige eigenaar, Klaas Steenhuisen, bouwde de molen meteen weer op, deze kwam in het voorjaar daarop gereed en kreeg de naam “De Zwaluw”. Deze “zwaluw” moest, na alle tegenslag, er zorg voor dragen dat het voor de eigenaar, economisch gezien, weer zomer zou worden. De molen zou vrij recent voor een tweede maal afbranden: op 11 november 1972 sloeg de bliksem in de molen, die als de hoogste van Fryslân bekend staat. De molen zou tot aan de stenen onderbouw afbranden.

Lange tijd was er onzekerheid over herbouw maar de opgerichte Stichting Koren-,
Pel- en Houtzaagmolen De Zwaluw liet zich niet ontmoedigen. Zo kwam men o.a.
met de actie “In gûne foar de mûne” waarbij men toestemming
van de provincie kreeg om bruggeld van passerende watersporters voor de molenactie
te mogen gebruiken. Met succes want op 1 oktober 1987 kon een geheel nieuw opgebouwde
molen worden geopend. De molen wordt sindsdien geëxploiteerd door de bovengenoemde
Stichting. Een beroepsmolenaar is er werkzaam en sinds enige jaren wordt er
weer meel op de molen gemalen en in het weekend wordt er in de houtzagerij gewerkt.
In dit in 1999 gerenoveerde houtstek naast de molen is ook een zagerij museum
gevestigd. Er worden momenteel demonstraties en rondleidingen verzorgd.
Aan de andere zijde van het dorp bouwde P. Oberman in 1855 de houtzaagmolen
“Traitabel” wat 'gedwee' en 'handelbaar' betekent. Niet zo toepasselijk
want de molen brandde in 1864 af. Maar de molen zou uit zijn as herrijzen en,
naar de mythologische vogel, de naam “De Phoenix” krijgen. Omdat
op kerstavond 1918 kinderen in de nabijheid van de molen met vuur speelden,
brandde ook deze molen voor een tweede keer af. Nu werd hij niet meer opgebouwd,
wel stond er op het molenterrein tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw
een elektrische zagerij met dezelfde naam.

Tussen Aldtsjerk en Burdaard staat nog de poldermolen De Olifant. De molen werd door de Aldtsjerkster De Vos vanuit de Groninger Oostwolderpolder overgebracht naar Burdaard en in 1867 hier weer opgebouwd. Het oorspronkelijke bouwjaar was 1856. De molen bemaalde de polder onder Burdaard die in 1878 nog werd uitgebreid. Dit bemalingsgebied werd in 1920 een waterschap. In 1970 werd de molen buiten gebruik gesteld en in de jaren daarna door eigenaar Stichting De Fryske Mole gerestaureerd. De molen heeft maar liefst een vlucht van 23,80 meter, nog groter dan die van De Zwaluw.
Coöperatieve zuivelfabriek Concordia
Lange tijd speelde Nederland een grote rol in de zuivelproductie. Maar eind
negentiende eeuw nam Denemarken de rol van de grootste zuivelexporteur over.
Dit kwam mede omdat door geknoei de kwaliteit van de in Nederland geproduceerde
zuivel terugliep. Om zelf de kwaliteit in de gaten te kunnen houden richtten
de boeren, in navolging van de particuliere bedrijven, coöperatieve zuivelfabrieken
op. Zo ook in Burdaard waar de eerste voorzichtige besprekingen in 1897 begonnen.
Enkele jaren eerder had men nog getracht aansluiting te vinden bij de coöperatie
in het dichtbijgelegen Bartlehiem maar deze coöperatie wenste geen rekening
te houden met de zondagsrust. Het resultaat van de besprekingen was dat tot
oprichting van een eigen coöperatie werd besloten op 6 september 1897.
Ondanks de risicovolle investeringen waren er 36 boeren die toch de sprong zouden
wagen. Op grond van de voormalige Bourboomstate werd een nieuwe fabriek gebouwd
die de naam “Concordia” kreeg. De nieuwe fabriek begon op 1 april
1898, voor een liter melk werd aanvankelijk maar drie cent betaald. Maar de
zaken zouden spoedig verbeteren. De prijzen gingen omhoog en in het eerste jaar
werd al bijna een miljoen kilogram melk aangevoerd.
Betere tijden braken aan voor de boeren. In 1965 werd besloten om tot liquidatie
van de fabriek over te gaan. Men zocht zijn heil in aansluiting bij omliggende
coöperaties: Leeuwarden en Marrum. Eind 1965 sloot de fabriek haar deuren
en werd hij publiek verkocht. Een verpakkingsbedrijf voor landbouwgif vond er
bedrijfsruimte. Deze zou er tot 1977 produceren. Daarna ging de fabriek over
in handen van de heer Stoelwinder die de fabriek gebruikte als berging voor
caravans en speedboten. Het fabriekscomplex is in oktober 1993 gesloopt.

Meelfabriek De Eendracht
Met het succes van de coöperatieve zuivelfabrieken in het achterhoofd
groeide voor boeren ook de belangstelling voor gezamenlijke inkoopverenigingen.
De boeren in en rond Burdaard richtten in 1915 een nieuwe coöperatie op:
de Coöperatieve Vereniging tot aankoop en bereiding van veevoeder “De
Eendracht”. Naast de zuivelfabriek werd een meelfabriek gebouwd die september
1916 kon worden geopend . Bij de fabriek verrezen enkele arbeiderswoningen en
een directeurswoning. Om 1920 begon men ook met de productie van kunstmest.
Daarna kende de fabriek een korte bloeiperiode tot aan de crisisjaren die aan
de Tweede Wereldoorlog vooraf gingen.
Ook tijdens de oorlog waren de voorraden schaars en de betekenis van de diverse
coöperaties gering. Na de oorlog kende de coöperatie weer een bloeiperiode
met hoge omzetten. Dit kwam ook omdat De Eendracht haar afzetgebied belangrijk
kon uitbreiden. Midden jaren zakte de omzet weer in, de fabriek in Burdaard
kon niet meer concurreren omdat men er geen veevoer in brokvorm kon leveren.
Men zocht aansluiting bij de provinciale aankoopvereniging C.A.F., de fabriek
was nog enige tijd opslagdepot maar zou in 1967 verkocht worden aan P. Prins
uit Zaandam. Deze vestigde er de Friese Stalmestdrogerij in. Natte koemest werd
er onder hoge temperaturen gedroogd en in brokvorm verkocht. Rond 1990 kwam
de fabriek weer leeg te staan. Het complex raakte erg verpauperd maar o.a. door
de inspanningen van de projectgroep Behoud De Eendracht kon definitieve sloop
worden voorkomen. In 2003 werd de fabriek gekocht door het landelijk vermaarde
architectenburo van Gunnar Daan. De fabriek werd zodanig gerenoveerd dat begin
2004 het architectenbureau zich er in kon vestigen. Op het bijbehorende fabrieksterrein
worden woningen gebouwd in het kader van het Eekade-project.

Kerk en school
De kerkgebouwen

De Hervormde kerk staat op een door een boomsingel omgeven kerkhof op de dorpsterp.
De parochie komt al in de oudste gedrukte bronnen uit de 16e eeuw voor. De Hervormde
gemeente Burdaard is nooit erg welvarend geweest en vormde lange tijd een combinatie
met de Kerk van Jannum. Toen er in 1850 een plan lag voor een nieuwe kerk werd
dat niet goedgekeurd door de Hervormde Synodale Commissie. De kerk zou te ruim
bemeten zijn voor de noodlijdende gemeente. Toen er te Surhuisterveen ook een
(eenvoudiger) bouwplan klaar lag voor een kerk werd voorgesteld om dat bouwplan
over te nemen. Uiteindelijk werd gekozen voor een versoberde uitvoering van
de kerk waarbij waarschijnlijk gekeken is naar de kerk in het dichtbij gelegen
Akkerwoude.
Op een gedenksteen staat: “De eerste steen van dit kerkgebouw werd den
25 jul1 1854 gelegd door J.G. Oosterbeek, zoon van den predikant Tj. Oosterbeek,
terwijl kerkvoogden waren J.M. Kingma, J.R. Talsma en J.M. Feitsma. Ontvangt
met zachtmoedigheid het woord, dat in u geplant wordt, 't welk uwe zielen kan
zalig maken”.
De klokken zijn in de oorlogstijd gestolen (In
praatsje by in plaatsje Diel I).
Het inwendige is na 1960 gemoderniseerd. In 1973 is het orgel vervangen door
een exemplaar dat afkomstig is uit een kerk in Kuinre.
Het bijbehorende verenigingsgebouw met de naam “Op 'e Hichte” is
gebouwd in 1963.

Het Gereformeerde kerkgebouw is jonger namelijk uit 1892.
De Hervormde (226 zielen) en de Gereformeerde gemeente (579 zielen) werden per 1 juli 2001 samengevoegd tot een Samen-Op-Weg-gemeente.
De schoolgebouwen
Burdaard kende aanvankelijk twee scholen. De oudste school was de openbare staatsschool die lange tijd gevestigd was in Eewal 49. Op 23 juni 1965 werd de nieuwe openbare school geopend, het leeggekomen gebouw werd verkocht aan transportonderneming TOBO. De school telde toen al veel minder leerlingen dan de christelijke school: 27. Dat aantal zou alleen maar afnemen reden waarom de school met ingang van 1 december 1984 werd opgeheven.

Deze werd op 5 mei 1908 officieel geopend. In 1954 begon men met de bouw van
een nieuwe school die op 31 augustus 1955 werd geopend. De oude school werd
in 1957 het gemeenschapscentrum van de Gereformeerde kerk onder de naam Pro
Rege. Momenteel zijn er besprekingen gaande met het gemeentebestuur om in Burdaard
een nieuw dorpshuis te bouwen dat onderdak dient te geven aan alle dorpsactiviteiten.
Nadat de lagere school en de kleuterschool in 1977 één bestuur
kregen kwamen beide geledingen tien jaar later ook onder één dak.
Op 18 november 1988 werd de school heropend.

Aantallen inwoners Burdaard in de loop der jaren:
1744 60 inwoners
1815 343 inwoners
1840 400 inwoners
1895 472 inwoners
1931 765 inwoners
1952 702 inwoners
1970 580 inwoners
1973 (Burdaard en Wanswerd aan de Streek één dorp)
1984 (Burdaard in zijn geheel bij Ferwerderadiel)
2004 1186 inwoners