Voorpagina Actueel Bedrijven Verenigingen Toerisme Webcam Gastenboek
Algemeen
 Voorpagina
 Actueel
 Archief
 Dorpsbelang
 Bedrijven
 Verenigingen
 Agenda
Ferdivedaasje
 Webcam
 Toerisme
 Gastenboek
 Video's
 Foto's
 Geschiedenis
Informatie
 Plattegrond
 Contact
 Links
 Huisarts
 Statistieken
 Bręge
Inloggen
 Site beheer

Hoofdpagina » Dorpswandeling 1940-1945

Deze wandeling wil het verhaal vertellen van de gebeurtenissen tussen 10 mei 1940 en 14 april 1945.

Deze tekst downloaden in Word of PDF formaat.
    Dorpswandeling 1940-1945            Dorpswandeling 1940-1945

Met name het laatste oorlogshalfjaar was voor het dorp Burdaard en omgeving een angstige periode. Als u bij de molen vandaan het dorp inloopt, richting brug, ziet u aan de rechterkant op nummer 2 van de Mounewei de voormalige bakkerij van Wondaal. Gerrit Wondaal was helper van omke Freark. Wondaal heeft onder meer, vermomt als politieman, wapens bij boer van der Meer (vlak bij Sneek) weg gesmokkeld.

Het brood in de oorlog was niet erg lekker. Vrijdagavond brachten dorpsbewoners meel van graan bij bakker Wondaal. Dat graan kwam bij boeren rond Ferwert vandaan.
Zaterdagmiddag haalden ze het gebakken brood weer op bij de bakker. Zondags lekker brood!

Als U vanaf de Mounewei rechts afslaat en achter cafë “Het Hoekje” weer verder loopt komt u op de Wânswerterdyk. Toen er in februari 1945 een razzia werd gehouden, werden de gevangen genomen mannen achter in het café het Hoekje verzameld en vast gehouden. Kinderen konden door de kleine zijraampjes nog kijken naar hun vader.

In het huis op Wânswerterdyk nr 2 woonde politie Westra. Westra was dirigent van het Burdaarder muziekkorps “Prijst den Heer”. Hij is door Frans Vergonet verraden als de degene die zorg droeg voor onderduik adressen. Toen Westra niet thuis werd gevonden, werden zijn vrouw, zoon en dochter gearresteerd. Westra werd gearresteerd in kamp Westerbork toen hij daar dienst had. Westra overleed 20 februari 1945 te Dachau. Zijn zoon keerde na de bevrijding levend terug uit Duitsland.
Wist u dat er zoveel mensen waren verstopt voor de vijand dat men zei:”In de oorlog woonden er 2 keer zoveel mensen in Burdaard als voor de oorlog”.

Op nr. 4 woonde familie Rinze Poortinga hier waren twee oude Joodse mensen verstopt. Op een keer hielden de Duitsers razzia in Burdaard veel huizen werden door zocht. Zo kwamen de Duitsers ook bij de familie Poortinga. De Joodse onderduikers vluchtten snel naar boven en verstopten zich achter een gordijn. Direct daarna kwamen de Duitsers het huis binnen. Deze Duitsers kwamen uit Marrum. Ze hadden daar van de Gereformeerde pastorie hun hoofdkwartier gemaakt. Hierbij was ook soldaat Willy. Deze Willy ging naar boven en voelde aan het gordijn bij de trap. De Joodse mensen hielden hun adem in Willy had hen aangeraakt maar riep toch: “Keine Menschen oben” (Geen mensen boven).

We lopen nu weer terug naar de Jislumerdyk. Hier stonden de Canadezen met hun legervoertuigen bij de bevrijding.

Aan de linker kant op nr. 7 woonde familie van der Laan ook deze familie deed het gevaarlijke verzetswerk. Jitske van der Laan werd door de Duitsers in Leeuwarden op gepakt. Jitske bracht geheime boodschappen rond per fiets door Noord Fryslân. Met de Overval op de gevangenis in Leeuwarden, 8 december 1944, werd zij met 50 ander gevangen bevrijd. Ook was er haar broer Jo van der Laan, hij deed KnokPloeg werk en spionage. Met Gerrit Wondaal en vrienden heeft hij de lood zware brandkast uit het gemeentehuis van Ternaard gehaald.
In deze brandkast zaten voedselbonnen om eten in de winkels te kunnen kopen. Het geld en andere dingen hebben ze nooit gebruikt. Want ze waren geen dieven.
Na de oorlog hebben ze de brandkast weer terug gebracht. Twee van zijn vrienden waren hier niet meer bij, zij waren in de oorlog doodgeschoten. Voor de Rabobank gaat u de Schoolstraat in. In 1945 zou u hier door het weiland lopen. Als u de Schoolstraat uit loopt slaat u rechts af de Wânswerterdyk weer in.

Als u vanaf de Schoolstraat op de Wânswerterdyk komt moest u in 1944 door een huis lopen.

U loopt nu richting Wânswert. U steekt de Obermanstraat over. Precies op de Obermanstraat stond ook een huis. U loopt nu langs ProRege dit was in oorlogstijd de lagere school.


In maart 1942 was het te koud op school. De kinderen zitten met de jas aan in de klas en omdat er te weinig brandstof was om de kachel te stoken werd de school gesloten. De kinderen moeten dinsdagsmiddags hun huiswerk ophalen. In april wordt het warmer buiten en kan de school weer elke dag open.
Als je de Wânswerterdyk verder door loopt begon in de tijd van de oorlog het weiland aan de rechterkant. Het huis nummer 52 was toen weiland waar de koeien graasden.

Op de plaats van de garage ASB stond was een timmerfabriek.

Deze fabriek leverde hout aan het vliegveld van de Duitsers in Leeuwarden. Maar als ze bij het vliegveld waren reden ze ook wel eens te ver en dan was er hout verdwenen dat Nederlanders zelf konden gebruiken.

Als je nu door loopt richting Wânswert dan had je aan beide kanten weiland.
In april 1945 toen de Canadezen Burdaard bevrijden waren er Canadezen die vreugde schoten losten, vanaf “de Eendracht” een verdwaalde kogel raakte waar u loopt een meisje (Boukje Meindertsma) . Er wordt een bakfiets met matras gehaald. Zo wordt ze voorzichtig naar de Ee vervoerd om met de motorboot van Spijksma naar Leeuwarden te worden gebracht waar ze ’s avonds na 10 uur bij het ziekenhuis aankwam om te worden geopereerd.

Tegen over de boerderij van Bakker staat nu één huis, vroeger waren hier twee huizen van gemaakt. In één van de huisjes woonde familie Kingma. In een schuurtje achter het huis hielden ze twee varkens. Deze werden vet gemest. Wanneer ze dik genoeg waren werden ze geslacht, dan had men in oorlogstijd een extra stukje vlees. Door de Duitsers was dit streng verboden. Maar heel veel mensen in Burdaard hadden wel een varkentje in het schuurtje achter huis verstopt.
We lopen nu door het weiland van vroeger over de Wellen via de Obermanstraat naar de “de Opslag” bij de Dokkumer Ee.

Bij de Dokkumer Ee heeft zich heel wat afgespeeld in de oorlog.
Toen de Duitsers in mei 1943 een razzia in Burdaard hielden om jongens en mannen te gevangen te nemen stonden de Duitsers op de brug. Met een roeibootje kon je wel de Dokkumer Ee over varen (bij nummer 18.) Jongens konden zo toch nog bericht aan de overkant brengen of mensen waarschuwen.

In Aalzum bij Dokkum stond een boerderij waar wapens waren verstopt die Engelsen ’s nachts van uit de lucht aan parachutes naar beneden gooiden. Dit werd een wapendropping genoemd. ’s Middags werd met een praam van Burdaard via Dokkum Aalzum gevaren.

De wapens werden bij de boerderij van Veeninga op de bodem van het schip gelegd en vervolgens werden er bieten en aardappels overheen gedaan en zo verstopt. Als het nacht werd ging men met de praam naar Burdaard terug. De praam werd getrokken door mannen, die op sokken liepen, om geen geluid te maken. De boot werd zo dicht mogelijk bij de wal van de Ee langs gestuurd om niet te worden gezien.
Heel laat in de nacht kwam men in Burdaard aan waar de wapens in de timmerfabriek werden verstopt, op de plaats waar de garage van ASB staat.

U loopt nu weer terug.

Bij huisnummer 15 kwamen de Duitsers ook een keer onverwacht zoeken naar mensen. Mevrouw Meindertsma wist nog net de radio in het konijnenhok te verstoppen. Een onderduiker verstopte zich in het riet van de Dokkumer Ee. Op een avond kwamen er twee broers (Klaas en Hyltsje) Wierda. Ze werden door het raam binnen gelaten om daar die nacht te slapen. Die dag daarop verdwenen ze in alle vroegte naar Leeuwarden. Die zelfde dag werd hun broer Mark bij toeval door de Nazi’s opgepakt. Toen hij onder bewaking naar huis ging werden ook Klaas en Hyltsje door de Duitsers opgepakt. Deze 3 jongens zijn een week later een dag voor de bevrijding van Fryslân doodgeschoten bij Dronrijp. Je begrijpt dat hun mem jaren na de oorlog nog steeds daar veel verdriet van heeft gehad.

Als je de straat verder door loopt komt u ook voorbij het naam bordje Ds.R.H.Kuipersstraat. (nr 13)


Pastorie
Hier woonde ds Rienk Hendrik Kuipers. Waar de straat naar is genoemd.

Kerk
Bij de kerk die je voorbij loopt hebben zich erge dingen afgespeeld. Het was zondag 4 februari 1945. Die middag was er een kerkdienst. De organiste Ebeltje Kalma waarschuwde de dominee dat er Duitse soldaten bij de kerk stonden. Bij het orgel kun je goed vanaf boven naar buiten kijken. Enkele mannen gingen naar buiten door de voordeur maar zagen alleen Duitse soldaten aan de overkant van de Ee.
Een aantal mannen klommen toen via het trapje in het kerktorentje, om zich te verstoppen maar ze vergaten het trapje ook omhoog te trekken.
Toen de kerk uitging stonden de soldaten de mensen te controleren. Mensen voor wie ze geen belangstelling hadden lieten ze lopen. Vaak oudere mensen. Eén onderduiker (Joop Arntzen) wist gewoon tussen de kerkmensen als kerkganger te ontsnappen. Ze zochten toen de hele kerk door. Ze kwamen daar ook een verzetsman tegen, Jo van der Laan, maar deze had een zo’n goed vals “paspoort” (ausweis) dat hij vrij was om de kerk te verlaten. Maar de mannen die zich in de kerktoren hadden verstopt werden wel opgepakt. Ook vonden ze daar verboden radio’s onder de preekstoel. Dominee Kuipers kreeg van alles de schuld, ook andere mensen van de kerkenraad moesten mee.
Dominee Kuipers zocht onderduikadressen, waarvan één voor een Oostenrijkse deserteur, Otto Lenk. Hij zat een paar jaar verstopt in het huis van de organiste op Wânswerterdyk nr 20. Direct achter de kerk. Niemand die dat ooit wist. Enkele malen had hij zijn slaapplaats in de kerktoren. De kerktoren werd na 15 augustus 1944 ook als uitkijkpost gebruikten en er werd een alarminstallatie aangelegd. Materiaal van de verzetsgroep was in de kerk verstopt. Dit alles was tijdelijk maar er gebeurde niets tot . . . . de overval op de kerk.
Auke Spijksma moest zijn dominee en bekenden met paard en wagen naar Marrum brengen. Je begrijpt dat het voor hem geen mooie reis was om Burdaarders naar de verblijfplaats van de vijand in Marrum te brengen. Die zelfde avond hebben verzetsmensen alle belangrijke dingen uit de pastorie gehaald die de Duitsers niet mochten vinden.

Café het Hoekje

Ook het café speelde een rol in de oorlog. Hier werden Joodse onderduikers voorzien van een onderduikadres. De hoofdrol hierin speelde Frans Vergonet. Via vrienden in Amsterdam bood hij rijke Joodse mensen een onderduikadres in Burdaard, Wânswert, Jislum en Ginnum aan. Hij liet zich door deze Joodse mensen goed betalen voor zijn hulp. Veel Burdaarders ergerden zich hier aan om mensen in nood grof geld te laten betalen voor een schuilplaats.
Op een avond moet cafébaas Hoogenboom Vergonet met een handlanger van het station in Leeuwarden halen. De volgende morgen vroeg brengt hij Vergonet en zijn handlanger naar Murmerwoude (nu Damwoude). Daar ziet hij de Duitse overvalauto’s al rijden. De handlanger blijkt een Duitser. Hoogeboom duikt onder. Op verschillende plaatsen doen de Duitsers gelijktijdig overvallen. Hoeveel er op deze “swarte tongersdei” (zwarte donderdag) precies gevangen zijn genomen is niet precies bekend: 10 Joodse landgenoten zeker. Naar schatting een kleine 50 Joodse onderduikers zijn de dans ontsprongen. Op tijd gewaarschuwd of goed verstopt, een enkeling liep de Duitsers gewoon voorbij op straat. Op meer dorpen bleek dat Frans Vergonet een rol speelde om onderduikers te verraden. ( Waterkamp in Wartena). Mensen van het verzet hebben hem toen doodgeschoten in Groningen om zo het leven van 10-tallen onderduikers en hun helpers te redden.

We lopen nu langs de Eewal. Waar nu de Spar-winkel staat was vroeger de winkel van Spijksma.

Koenraad Spijksma en zijn vriend Albert Boonstra hadden zich voor hun veiligheid verstopt in een schuilhut gemaakt in een droge sloot in een weiland bij de molen “de Olifant”. Toen het herfst werd, kouder en natter, waagden zich wel eens naar huis. Ook 8 januari 1945 waren ze vanwege de kou thuis. Plotseling werd erin de nacht op de deur gebonsd bij de familie Spijksma. Toen de deur werd open gedaan stormden de Duitsers direct naar boven. Koenraad werd direct opgepakt. Zijn broer Jan kon zich nog verstoppen maar na zoeken met zaklampen werd ook Jan meegenomen. Bij de brug werden de Burdaarders die waren gepakt verzameld. Met paard en wagen van hun vader werd een ieder en gevonden materialen naar Marrum gebracht. Koenraad is nooit weer in Burdaard terug gekomen. Hij is door uitputting gestorven in het strafkamp SchwarzerWeg bij Wilhelmshafen.

Via de Bakkersteeg slaat u links af, de Hoofdweg over naar het monument. (foto voorkant) Hierop staan de namen van Burdaarders die het oorlogsgeweld niet hebben overleefd.
Als u de Wijtsmastraat in loopt ziet u je in de verte molen De Olifant staan, hier had Koenraad zich met zijn vriend Albert verstopt. Als hij naar huis ging liep hij door het weiland naar huis.
Als u over de Hoofdweg richting de viersprong liep in de oorlog zag je aan de rechter kant alleen maar weiland.Tegenover de Pitch, die was er in de oorlog ook niet, staat het huis met nummer 20?

Op 15 augustus 1944 is Burdaard aan een ramp ontsnapt. Op een middag kwamen daar 2 Duitsers. Mannen zochten om omke Freark Leijstra. Deze omke Freark speelde een hoofdrol in het verzet tegen de Nazi’s. Omke Freark was naar een dorpje boven Dokkum om een Engelse piloot op te halen,dus niet thuis. Deze twee mannen zouden wel wachten op omke Freark. Telkens wanneer een klant de slagerwinkel in ging, kwam die de winkel niet weer uit, maar werd gevangen gezet in de woonkamer. Het was iemand op gevallen dat de mensen de winkel wel in gingen maar niet weer uit kwamen. Als proef op de som ging die persoon de winkel in en als hij niet terug kwam dan moesten ze omke Freark waarschuwen.
Dat gebeurde. Bij alle wegen waar je Burdaard uit kunt, stonden dorpsgenoten om omke Freark te waarschuwen. Gelukkig slaagde dit. Omke Freark ging met een helper de winkel binnen. Er volgde een schietpartij waarbij de twee Duitse S.D-ers werden gedood. Burdaard was daarna in rep en roer. Wat zouden de Duitsers doen? Net als in Putten? Daar werden toen 600 mannen uit het dorp op gepakt en naar concentratie kampen in Duitsland gebracht en grote delen van het dorp verbrand, uit wraak! Veel mensen verstopten zich buiten Burdaard in weilanden, boerderijen waar je je maar kunt verstoppen.
De Duitsers uit Leeuwarden kwamen naar Burdaard. Er werden mensen met de handen omhoog tegen de bomen neergezet. Maar hoe ze ook zochten, ze konden omke Freark niet vinden. De slagerij werd in brand gestoken, maar gelukkig geen mensen uit Burdaard als straf gedood. De mensen die zich hadden verstopt kwamen pas enkele dagen later weer terug in Burdaard.

Als je naar de viersprong loopt zie je dat wanneer je de Kerkbuurt op loopt de Hervormde Kerk staan.

Toen de Duitsers tegen Rusland vochten hadden ze steeds meer metaal nodig om wapens te maken, daarom werden uit veel kerktorens de klokken weg gehaald. Ook in Burdaard zijn de twee klokken uit de kerktoren gehaald. De Burdaarders hoorden sinds eeuwen door de week niet meer het geluid van hoe laat het was en het zondagsgeluid voor de kerkdienst. Sinds dien luidt er steeds maar één klok.

Nu lopen we terug over de Brugweg. Op 15 april 1945 rolden hier de Canadezen met hun carriers en jeeps van Steenendam naar Burdaard. Ook kwamen de Canadezen vanaf Dokkum via Jislum naar Burdaard. De aanleiding om naar Burdaard te komen was om een groep Duitsers te overmeesteren die op de vlucht waren naar Harlingen. De bruggen bij Leeuwarden en Dokkum waren in handen van de Canadese bevrijders.

Alleen de brug in Burdaard bood nog de gelegenheid om naar Harlingen te ontkomen en vandaar met een schip naar Duitsland. De Binnenlandse Strijdkrachten alarmeerde de Canadezen zede kwamen met materieel via Dokkum, Jislum en vanaf Steenendam naar Burdaard. De Duitsers hadden zich aan de noordkant van de Ee verschanst ( de noordkant was toen nog het dorp Wânswert oan de Streek) Vanuit stegen aan weerszijden van de Ee werd over en weer geschoten. Ook na bij de brug werd een vuurgevecht geleverd hierbij sneuvelde 1 Canadees.
Op de Jislumerdyk hadden de Duitsers schuttersputjes gegraven. Het gevecht heeft niet lang geduurd, met name toen de Canadezen van uit de richting Jislum te hulp kwamen gaf de vijand zich over. Toen de Duitsers met de handen in de nek wegliepen was er plotseling een Duitser die zijn revolver achter zijn nek vandaan haalde en op de Canadese commandant schoot. Deze moest gewond worden afgevoerd.

U kunt begrijpen dat de Burdaarders wat blij waren dat ze weer vrij waren. Via de Brugweg loopt u weer terug naar de brug richting molen.


Deze historische wandeling werd mede mogelijke dankzij verhalen, literatuur en ondersteuning,
• Dhr. E.Spijksma
• Dhr. S. Kingma
• Dhr. T. Meindertsma
• Fam J.Spijksma
• Bezettingtijd in Friesland van P.Wijbenga
      Geschiedenis van het Fries Verzet
• Verbroken boeien van C. van der Kouwe
      Het verhaal van Koenraad Spijksma
• Rienk Hendrik Kuipers van Leen Vermij.
      De geschiedenis van Ds Kuipers van Burdaard
• In plaatsje by in Ferhaaltsje van Pieter van der Bij
• CDA-fraksje Ferwerderadiel

Gemaakt door S. v.d. Velde

Burdaard.nl 2003 - 2012 Disclamer